Schoolgids

 terug naar de inhoudsopgave

 


  1. De zorg voor de kinderen

 

4.1    Hoe gaan we om met kinderen, die extra zorg nodig hebben op onze school

In het zorgplan staat beschreven op welke manier we omgaan met kinderen die op school extra zorg nodig hebben, omdat ze door sociaal-emotionele problemen en/of leerproblemen achter blijven in hun ontwikkeling. Ook is er bij ons op school zorg voor kinderen, die een grote voorsprong hebben in hun ontwikkeling (hoogbegaafdheid). In het zorgplan is te vinden hoe signalering van problemen plaats vindt en op welke manier extra zorg geregeld is. Ook is er in te lezen wanneer en op welke manier we hulp van buiten de school inschakelen en welke hulp er zoal voorhanden is en -wanneer dat nodig is – hoe verwijzing naar een school voor speciaal basisonderwijs plaats vindt.

Op onze school is Liesbet Bode IB-er. Zij coördineert alle extra zorg en houdt ons zorgplan actueel. Ouders die interesse hebben in dit zorgplan kunnen dat, als ze willen, ter inzage mee naar huis nemen. Ouders die over hun kind willen praten, kunnen een afspraak met haar maken.

 

4.1.1 Samenwerkingsverband O3 (Oosterschelderegio)

Per 1 augustus 2014 is de wet passend onderwijs van toepassing. Voorheen konden kinderen een rugzakje krijgen als ze een bepaalde diagnose hadden, maar nu kan een school voor alle kinderen met specifieke onderwijsbehoeften extra begeleiding aanvragen als zij dit zelf niet kunnen bieden. Alle extra begeleiding rondom leren, gedrag, sociaal emotioneel kan hier aangevraagd worden. Alleen voor kinderen met spraak/taal problemen moet de begeleiding via Auris aangevraagd worden. Mocht er voor een kind extra begeleiding nodig zijn, dan zullen ouders hier zeer nauw bij betrokken worden.  

4.1.2   Kwaliteitsbewaking op onze school

Vanaf het schooljaar 2004-2005 wordt tweejaarlijks, aan het eind van het schooljaar, een kwaliteitsmeting gedaan.

Ouders, leerlingen en leerkrachten kunnen dan hun mening geven over de kwaliteit van de school als geheel en in detail over tal van kwaliteitsaspecten .

 

Over de resultaten wordt u geïnformeerd in de nieuwsbrief aan het eind van het schooljaar. Tevens worden het bovenschools management en de MR in detail geïnformeerd. In het team worden actiepunten uitgezet om zaken, die als onvoldoende uit de meting komen, aan te pakken.

De ouders, leerlingen en leerkrachten geven ook een waarderingscijfer aan de school. De volgende gemiddelde waarderingscijfers (op een schaal van 1 t/m 10) zijn gegeven:

 

2017-2018 2015-2016 2013-2014
Ouders 7,5 7,7 7,7
Leerlingen 7,9 8,0 8,2
Leerkrachten 7,4 7,6 7,7

Als school zijn we van mening dat we ervoor moeten zorgen, het onderwijs aan kinderen aansluit bij hun individuele mogelijkheden en dat dit van een goed niveau is. Om daarvoor te zorgen is een voortdurende bewaking van de kwaliteit van ons onderwijs van belang. Het gaat daarbij om de volgende aspecten:

  1. Sluit het onderwijs zo goed mogelijk aan bij het individuele kind en benutten we daarbij zo goed mogelijk de capaciteiten van het kind?
  2. Hoe is het bij ons op school gesteld met de prestaties van onze leerlingen in vergelijking met wat landelijk als norm wordt gezien?

Wanneer een kind als 4-jarige net bij ons op school is, kunnen we vaak nog moeilijk overzien hoe het met het kind op school zal gaan en welke mogelijkheden het heeft. We beginnen dan ook al zo snel mogelijk met observeren van het kind en het in beeld brengen van de vorderingen. We doen dit aan de hand van Kijk!-registratie.

Verder is het noodzakelijk om regelmatig met objectieve metingen te kijken hoe individuele kinderen gevorderd zijn en of het beeld van de school daarmee overeenkomt.

Dit wordt gedaan met de CITO-toetsen. Op het rapport van uw kind kunt u zien welke toetsen gedaan zijn en wat de score daarvan is. In de ouderportal van ParnasSys kunt u de resultaten van alle CITO-toetsen altijd bekijken. Zie 6.1.

 

Voor alle toetsen worden de nieuwste versies van Cito gebruikt.

Omdat deze metingen ook landelijk genormeerd zijn, kunnen we aan de resultaten van de toetsen niet alleen zien of kinderen aan die normering voldoen, maar ook waar de sterke en zwakke punten liggen in het onderwijs op deze vakgebieden en desgewenst kunnen we ons onderwijsaanbod aanpassen en bijstellen.

 

Aan het einde van de schoolloopbaan is er de eindbeoordeling voor de keuze naar welke vorm van voortgezet onderwijs uw kind gaat. Uit die evaluatie komen ook voor de school vaak waardevolle gegevens naar voren die besproken worden met de directeur.

 

Daarnaast hebben we 3 keer per jaar een groepsbespreking met de intern begeleider, waarbij we vooral kijken naar de vorderingen van het individuele kind. Elk kind staat met zijn specifieke onderwijsbehoefte in een groepsoverzicht. Aan de hand van groepsoverzichten, worden de leerlingen besproken. We kijken welke kinderen niet voldoen aan ons verwachtingspatroon en/of aan de normen van onze gemiddelde verwachting. Kinderen die hier buiten vallen, zowel aan de bovenkant als aan de onderkant, komen vaak in aanmerking voor extra zorg in de groep of, als dat nodig is, in het zorgcircuit buiten de klas. We proberen met behulp van een groepsplan waarin op een preventieve manier aandacht wordt besteed aan de kinderen, ervoor te zorgen dat het aantal zorgleerlingen zo laag mogelijk blijft.

Tenslotte is er ook een stukje kwaliteitsbewaking naar kinderen die extra zorg in het zorgcircuit nodig hebben. Voor deze kinderen stellen we een individueel handelingsplan op, waarbij we zoveel mogelijk uitproberen te gaan van meetbare doelen, die in een periode van 6 tot 8 weken bereikt kunnen worden. Na de betreffende periode wordt dan nagegaan of deze doelen bereikt zijn en wat daarvan de gevolgen zijn.

 

Alle gegevens, die op hierboven beschreven manier verkregen zijn, worden centraal opgeslagen en met het team en de directie besproken. De directie zet, indien nodig, n.a.v. deze gegevens beleidslijnen uit voor veranderingsprocessen ten behoeve van kwaliteitsverbetering van het onderwijs bij ons op school.

 

 

  • Schakelklas.

 

De schakelklas is bestemd voor leerlingen die een taalachterstand hebben, deze leerlingen volgen gedurende één jaar intensief taalonderwijs. Deze leerlingen, afkomstig uit groep 2, zitten maandag en de dinsdagochtend in een aparte groep samen met enkele leerlingen van het Noorderlicht. De resterende tijd zijn ze in hun eigen groep. Ze volgen dus gewoon regulier onderwijs met extra taalondersteuning.

 

4.3 Advies vervolgonderwijs

Tijdens de informatieavond van groep 8 wordt u ingelicht op welke wijze de aanmeldingsprocedure bij het Voortgezet Onderwijs plaatsvindt. U krijgt dan ook informatie over de Eindtoets.

<< naar het vorige hoofdstuk

naar het volgende hoofdstuk >>